Projecten van het Galactisch Onderzoek Instituut
Noösfeer II

Het Absolute is reeds compleet van Zichzelf: Dat-wat-Is is niet-conceptueel
Uit deel 3 van de Koekoek van Gewaarzijn, Ornament voor het behalen van realisatie bekend als de Zes Diamanten Stanzas. Vertaling van het commentaar op het Tun Huang Manuscript
Dzogchen en de Zelfreproducerende Kosmologie van Verlichting Meditatie.
Svasti! Heilige der Heiligen! Hommage aan de Lichaam-Spraak-Geest van de Alvoorzienende Meester,
het Diamand van Grote Zegen!
Kye-ho!
O mijn fortuinlijke zonen, luister!
Hoewel datgene dat gewoonlijk “geest” genoemd alom geroemd wordt en veelsproken is,
Nog steeds is het niet begrepen of verkeerd begrepen of is het enkel op een eenzijdige manier begrepen.
Daar het niet correct is begrepen, gewoon zoals het in zichzelf is,
Komen er onvoorstelbare aantallen van filosofische ideeën en aannames tot stand.
Verder, daar gewone individuen het niet begrijpen,
Herkennen ze hun eigen natuur niet,
En zo blijven ze dolen in de zes bestemmingen (van wedergeboorte) binnen de drie werelden, en ervaren dus lijden.
Daarom, is je eigen geest niet begrijpen een zeer grove fout.
- Padmasambhava, ‘Self -Liberation through Seeing with Naked Awareness, sec. 5
Dzogchen, ook wel Maha Ati genoemd, betekend Grote Perfectie. Het is een onderricht dat voor het eerst op Aarde werd gepresenteerd door Pramodavajra uit Uddiyana, circa 665 730 n. Chr. Volgens Namkhai Norbu (het Kristal en de Weg van Licht), is deze planeet de dertiende om dit onderricht te ontvangen. In zijn zevende levensjaar ging Pramodavajra, geboren als Akasavajra Bliksemschicht Gevallen uit de Ruimte op zoek naar de meesters van wijsheid van Uddiyana, die zo onder de indruk waren van zijn kennis dat hij onmiddellijk werd herkend als een vaardige meester en een speciale goddelijke emanatie (avatar). Hij ontving toen de naam Prajnabhava, “Iemand die de Bron is van Ongeëvenaarde Wijsheid.” Na zijn ordinatie als Boeddhistische Monnik werd hij bekend als Pramodavajra of op z’n Tibetaans, Garab Dorje Regent van het Goddelijke. Merk op dat zijn geboorte zich voordeed toen Pacal Votan 62 jaar was, en dat Garab Dorje 18 jaar was toen de Grote Pacal desincarneerde.
Toen Garab Dorje 32 jaar was (697 n.Chr.) ontmoete hij het aangezicht van de goddelijke aanwezigheid (Vajrasattva Onverwoestbare Diamanten Heerser) en bereikte hij volledige verlichting. In zijn geest bevatte Garab Dorje (Pramodavajra) alles van de wijsheid van de Dzogchen Leringen 64 miljoen regels van Sanskriet versen. Merk op: het getal is een fractaal van 64 - de levenscode. Geruchten van het feit dat Garab Dorje nieuw, ketters onderricht gaf - een niet-causale doctrine waarin alle dingen vanaf het begin goddelijk puur worden verklaard, en dat daarom geest en verschijnselen, schepsel en schepper altijd ondeelbaar Eén zijn was de reden van een poging om hem te vermoorden. Hij hing zijn monnikspij aan de wilgen, en begon zich in het wit van een yogi te kleden en vertrok naar India, ten zuiden van Uddiyana. Op Berg Malaya, werd hij geassisteerd door drie verlichte vrouwelijke (dakinis) discipelen in het optekenen van het complete onderricht van Dzogchen. Vervolgens werd de tekst ter bewaring gesteld in een grot die bekend stond als “Dakini’s Bron van Manifestatie.”
Toen vertrok hij naar Bodh-Gaya, plaats van Boeddha’s verlichting, samen met zijn mystieke gezel Vrouwe Suryakirana. In Bodh-Gaya streken zij neer op de crematie gronden met de naam “De Koele Groeve.” In essentie spendeerde Garab Dorje de rest van zijn leven hier met het geven van onderricht. Het was ook hier dat hij zijn voornaamste discipel ontmoette, Manjusrimitra, aan wie hij zijn volledige overleveringslijn doorgaf. Voor zijn desincarnatie, gaf Garab Dorje aan Manjusrimitra zijn laatste onderricht, drie korte regels die de essentie van Dzogchen opsommen:
Drie Statements die Wijzen Richting Intrinsiek Gewaarzijn
1. Directe introductie tot je eigen natuur
2. Direct onderscheiden van die unieke staat
3. Directe voortzetting met vertrouwen in bevrijding
Over het algemeen betekend de eerste verklaring dat een vaardige meester of guru je moet introduceren tot de natuur van je eigen geest, en dat zonder de vaardige aanwezigheid van zo’n meester je niet in staat bent de natuur van geest zelf te zien, hetgeen niet iets is dat kan worden begrepen en wat reeds zelfverlicht is. De tweede verklaring refereert naar het ontwikkelen van vaardige middelen in het toepassen van de beoefening van het zien van de geest als intrinsiek gewaarzijn en het tegelijkertijd ervaren van de dagelijkse realiteit als niets anders dan de natuur van je eigen geest. De derde verklaring refereert naar de moeiteloze inzet om deze beoefening te onderhouden, wetend dat verlichting niet voortkomt uit het ego maar vanuit goddelijke gratie.
Dit onderricht werd doorgegeven aan Padmasambhava door Sri Simha. Na een lang en avontuurlijk leven dat hem leidde naar Tibet, gaf Padmasambhava al zijn onderricht, inclusief Dzogchen, door aan zijn consorte en spirituele erfgename, de Prinses van Karchen, Yeshe Tsogyal. Het was Yeshe Tsogyal die toen het Dzogchen onderricht verspreidde en het ook waarborgde als verborgen schatten (Terma) op verschillende locaties, zowel in Tibet als in de rest van de wereld. Het wordt gezegd dat Padmasambhava de mystieke sleutels voor de openbaring van alle verborgen schatten in het ‘psychische continuüm’ van 108 bijzonder grote discipelen heeft geplaatst. De vinders van deze verborgen schatten van onderrichtteksten worden tertonen genoemd.
De essentie van Padmasambhava’s Dzogchen onderricht zal worden gevonden in een terma, “Zelfbevrijding door Zien met Naakt Gewaarzijn,” een tekst van 28 stanzas. De tiende regel van de vierde stanza zegt, “Met betrekking tot de werkelijke betekenis, zijn er drie verklaringen die je zullen introduceren tot je eigen intrinsieke gewaarzijn.” Deze drie zijn de drie verklaringen van Garab Dorje hierboven beschreven, maar niet expliciet naar voren komen in Padmasambhava’s tekst.
Het voldoet om te zeggen dat in de Tibetaanse Vajrayana traditie, Dzogchen de Grote Perfectie, Maha Ati wordt beschouwd als het negende en hoogste “voertuig” van het Boeddhistische onderricht. De laatste jaren komt zijn kennis grootschalig tot bloei, dankzij de populariserende inzet van lama’s als Namkhai Norbu, Tulku Thondup Rinpoche, of Gyatrul Rinpoche. Vandaag de dag kun je zelfs gespecialiseerde afdelingen voor Dzogchen vinden in de grotere New Age boekwinkels.
Voor ons is de waarde van Dzogchen dat het een perspectief geeft die meditatie beoefening sterk bekrachtigt, dat is Zen-stijl zitmeditatie zonder object. Terwijl het doel van deze vorm van meditatie kan worden omschreven als het iemand mogelijk maken een staat van samadhi te betreden een voortdurende staat van geen concept in gedachten/geest hebben is het Dzogchen onderricht het volgende; het Absolute is reeds compleet van zichzelf. Verlichting is de natuur van intrinsiek gewaarzijn en intrinsiek gewaarzijn is de natuur van je eigen geest. In sommige opzichten is het Zen onderricht niet verschillend, maar in Zen ligt de nadruk meer op de vorm van beoefening, terwijl in Dzogchen de nadruk ligt op de verlichte zienswijze m.b.t. het doen van de beoefening. Beide gaan samen.
Maargoed, we presenteren dit onderricht in de context van het Sluiten van de Cyclus en het dagen van UR Universele Recollectie (herinnering) - en niet in de context van een Boeddhistische Meditatie ruimte of Zen klooster. De neiging in traditioneel Boeddhistisch onderricht is, dat je jezelf niet druk hoeft te maken over het veranderen van je eigen karmische stroom, of die van de wereld wat misschien waar mag zijn op een absoluut niveau, maar wat ook kan leiden tot een apathische of zelfs een cynische kijk op de wereld.
Wij zijn betrokken bij het ontwikkelen van een soort die deelneemt in de doorlopende transformatie van de wereld door middel van de codes van de Wet van Tijd, maar die ook zijn of haar eigen geest moet kennen om werkelijk effectief te zijn. Het is een feit dat de wereld aan het veranderen is dramatisch en dat er zich een evolutie voordoet. Globale Opwarming is het oppervlak van de Aarde al aan het veranderen. We moeten klaar zijn voor wat snel komen gaat. Het onderricht van de Boeddha en Garab Dorje is universeel onderricht. Zij kunnen niet echt worden beperkt tot bepaalde tradities, maar moeten universeel bekend worden gemaakt, zeker nu ten tijde van het Sluiten van de Cyclus. We kunnen zeer dankbaar zijn voor het doel van traditie om dit onderricht in zijn pure vorm te houden tot op dit huidige moment. Maar nu betreden we UR waar een nieuwe evolutionaire mens ontwikkeld. Deze evolutionaire mens zal niet perse een Boeddhistische monnik zijn, of een Moslim Soefi, of zelf een Krishna Toegewijde maar als een noösferische chip zal hij allen zijn en meer.
In deze context zoeken we naar het hoogste en het beste van wat er is voortgebracht door cultuur, en het te presenteren in zijn puurste vorm, maar zonder de valkuilen van tradities, zodat het toegankelijk zal zijn voor een groter aantal mensen opdat zij de evolutionaire ladder kunnen bestijgen met de nodige snelheid. Het Sluiten van de Cyclus is een tijd van verlichting, en in het licht van 2012, zal Dzogchen, ervaren als de Zelfreproducerende Kosmologie van Verlichting Meditatie, van groot nut zijn, helemaal als we een yogi discipline gebaseerd op een transformatie van zelf-en-wereld nastreven.
Op deze manier bekeken, presenteren we hierin een commentaar op een tekst van zes regel, gevonden in de Tun Huang Grotten in het afgelegen West China. Deze vertaling en veel van de voorgaande tekst is afkomstig van of is gebaseerd op de inzet van lama Kunzang Palden Rinpoche.
Allereerst, zijn hier de “Zes Diamanten Stanzas van de Koekoek van Gewaarzijn, een Ornament voor het bereiken van Realisatie.”
- de intrinsieke natuur van diversiteit is niet-duaal, daar
- enkelvoudigheid is niet met het intellect te bevatten, d.w.z. realiteit is niet reduceerbaar en er is niets dat je er uiteindelijk over kunt zeggen.
- Feitelijkheid (dat-wat-is) is niet-conceptueel, daar
- de totaliteit van gecreëerde verschijning is al-goed/alles voorzienend.
- het ongemak van streven reeds te hebben verlaten,
- blijf gewoon in moeiteloos verblijven.
Hoewel je eindeloos over deze zes regels kunt uitweiden, is het beter ze te beschouwen als punten waarop je kunt mediteren. In essentie communiceert deze tekst het volgende; dat alles van de realiteit in zijn diversiteit onafscheidelijk is van de geest die waarneemt, vandaar geen dualiteit. De wortel van alle realiteit is Eén. Onafscheidelijk van de geest die waarneemt, is de waarnemer ook één met de wortel of grond van realiteit. Wat iemand ook kan zeggen over deze realiteit is niet met het intellect te bevatten, op die manier dat een steen een steen wordt genoemd, maar dat voor zichzelf de steen geen naam heeft. Namen zijn enkel een diversie van onze geest. Tegelijkertijd is de totaliteit van het gehele bestaan de fenomenale wereld van verschijnselen al-goed; het is niet slecht, het is er niet op uit ons te doden of pijn te doen of iets dergelijks, het is meer een actief manifesteren van fundamentele, altijd veranderende goedheid. Je zult er geen ego of zelf in vinden, en daarom is het zinloos met je ego ergens naar te streven. Dus zie af van ego-streven en blijf in het moeiteloze verblijven, welke de ware natuur van jezelf en je geest is. Dan zul je inzicht hebben, en goddelijke gratie, met golven van zegen, die je jouw volgende boodschap of te volgen script zullen geven.
Het punt is om niet gedachteloos te accepteren wat een uiteindelijke relativiteit zou kunnen zijn, maar de terugkeer van het Absolute te realiseren. Non-dualiteit is absoluut. En een monistisch of monotheïstisch wereldbeeld is Absoluut. Evolutie van de ziel is absoluut, en de transformatie van materie is absoluut. We moeten de natuur van geest zien als een absolute waarheid van overal-verblijvend gewaarzijn zodat we dit Absolute kunnen belichamen en de standaard dragers van een nieuwe realiteit worden, eentje die de huidige wereldorde verlost en in overeenstemming is met de openbaring van de Tweede Creatie. In de nieuwe creatie is de graad waarin we ons ware zelf kennen, terwijl onze geest gerealiseerd is in zijn essentiële natuur als intrinsiek gewaarzijn, de graad van waarneming in welke we in staat zijn een creatieve transformatie van onszelf en de wereld te ervaren. In deze transformatie zijn wij de eigenlijke agenten of belichamingen van een goddelijk commando om te evolueren en transcenderen; onze omgeving hervormend als we dit doen.
Met het belang de belichaming van het Absolute te ondersteunen, is er in het traditionele commentaar op de derde regel van de Tun Huang text “Feitelijkheid (dat-wat-is) is niet-conceptueel” een lijst van 20 categorieën van het “Absolute dat reeds compleet is van zichzelf.” Hier presenteren wij deze “reeds-heid” van het Absolute volgens de Wet van Tijd als een Zelfreproducerende Kosmologie van Verlichting Meditatie die de 0-19 code of 20 zegels gebruikt als middel om dit verlichte onderricht in een nieuw licht te kunnen bevatten. De waarde van het zien van het Absolute als reeds compleet zit hem in het gegeven dat het onze perceptie heroriënteert richting de reeds bestaande perfectie van de Tweede Creatie.
Zelfreproducerende Kosmologie van Verlichting Meditatie
20 categorieën van het Absolute dat Compleet is van zichzelf
1. Draak: De Compassie voor voelende wezens is “al getoond vanaf het begin.” Draak koestert compassie voor alle wezens.
2. Wind: De Mandala is “al uitgelegd vanaf het begin.” Wind communiceert spirit, waarvan de essentie de mandala van de oorspronkelijke kosmische orde is.
3. Nacht: Het offer (puja) is “al gemaakt vanaf het begin.” Nacht droomt overvloed opgehoopt als het grenzeloze offer aan het Ene Goddelijke.
4. Zaad: Het Spirituele Handelen is “al verricht vanaf het begin.” Zaad richt het bloeien van intrinsiek gewaarzijn als de grond van Spiritueel Handelen.
5. Slang: Het Dzogchen Zicht is “al gerealiseerd.” Slang manifesteert het zicht van kosmische levenskracht als het zelfgerealiseerde instinct van oorspronkelijke geest.
6. Wereldoverbrugger: De Meditatie is “al ontwikkeld.” Wereldoverbrugger maakt de perceptie van het zelf en de ander gelijk in de meditatie die niet hoeft te worden gecreëerd.
7. Hand: Het Verbond is “al gehouden.” Hand volbrengt het zelfbestaande verbond, alle kennis verbindend voor de heelwording van de Wereld Ziel.
8. Ster: De Spirituele Beoefening (sadhana) is “al voltooid.” Ster verfraait de spirituele beoefening als de Elegantie van Verlichting.
9. Maan: De Verworvenheid (siddhi) is “al behaald.” Maan zuivert het universele water van alle siddhis, hen plaatsend in de stroom van alle geestesstromen.
10. Hond: De Tweevoudige Accumulatie van Verdiensten is “al compleet gemaakt.” Hond deelt liefde universeel, als de accumulatie van verdiensten, zowel voor hemzelf als voor alle wezens.
11. Aap: De Volbrengingzegen (siddhi) is “al verleend.” De magie van de Aap zit in je wezen als alle siddhis die klaar zijn om, waar nodig, lagere illusie te versplinteren.
12. Mens: Naar de Hoogste Graad (bhumi) “is al geascendeerd.” Mens opgetild naar de hoogste graad, bereidt en verdeelt wijsheid onpartijdig vanaf de top van de ladder van vrije wil.
13. Hemelwandelaar: De Bekrachtiging (abisheka) is “al ontvangen.” Hemelwandelaar onderzoekt ruimte als de bekrachtiging van alles verdragende waakzaamheid.
14. Tovenaar: De Verduistering is “al geschoond.” Tovenaar, betoverd door tijdloosheid, is niet in staat door iets te worden verduisterd.
15. Adelaar: De Mahamudra (Grote Symbool) Meditatie is “al volbracht.” Adelaar ziet de gehele realiteit als het teken van verlichting.
16. Krijger: De Mantra is “al gereciteerd.” Krijgers’ intelligentie zit in de heilige lettergrepen die door hem heen worden gereciteerd.
17. Aarde: De Vereniging-Beoefening is “al gedaan.” Aarde, de onscheidbaarheid van alles evoluerende tijd en bewustzijn, is de Synchroniciteit (verenigingsbeoefening) van kenner en het gekende.
18. Spiegel: De Afleiding is “al overwonnen.” Spiegel reflecteert realiteit perfect zonder vertekening of afleiding.
19. Storm: Het Teken van Succes is “al verschenen.” Storm die energie katalyseert is het succes van het veld dat de regen nodig heeft.
20. Zon: De Hitte van meditatie is “al opgewekt.” Zon verlicht leven als het universele vuur van zelfopwekkende meditatie.
Daar de 20 zonnezegels zich steeds herhalen, dertien keer iedere 260 dagen, tot in het oneindige, is het volgen van deze beoefening het deelnemen in een zelfreproducerende kosmologie van verlichting meditatie. De beoefening is al geperfectioneerd, maar zonder beoefening zul je dat nooit weten.
De voorgaande tekst wordt hier gegeven ten behoeve van alle wezens in het Sluiten van de Cyclus. Het is een document uit een reeks die de natuur van de geest en bewustzijn behandeld wat een doorgaand onderzoek onderlegd voor het Noösfeer II project van de Stichting voor de Wet van Tijd.
Veel dank aan lama Kunzang Palden Rinpoche uit Santa Cruz voor zijn tekst, The Golden Tradition, A History of the ancient Lineage of the masters of Wisdom, The Holders of the Supreme Yoga Traditions, in Continuous Succession from the Seventh Century down to the Present (1995), en voor zijn vertaling en commentaar van de Cuckoo of Awareness, an ornament for Acuiring Realization known as the Six Diamiond Stanzas
Regenboog Cirkel Heiligdom
Zelfbestaande Uil Maan van Vorm
Alpha 5, Kin 87, Blauwe Solaire Hand
Jaar van de Blauwe Kristallen Storm
Bovenkant
Terugkeren naar de Vorige Pagina